Vaktherapie & ACT

Als beeldend therapeut werk ik met een derde generatie gedragstherapie: ‘Acceptance and Commitment Therapy’, afgekort ACT (uitgesproken als ‘ekt’) en is erkend als evidence based therapy (Hayes, Wilson & Strosahl). ACT bestaat uit zes verschillende vaardigheden: acceptatie, defusie, mindfulness, het zelf, waarden en toegewijd handelen. Hierbij wordt er veel gebruik gemaakt van metaforen en ervaringsgerichte oefeningen.

Acceptance: Meer flexibel leren omgaan met moeilijke gedachten, gevoelens of situaties. Commitment: Investeren in dingen die voor jou echt belangrijk zijn.

In je angsten zitten je waarden en in je waarden zitten je angsten’. (Psycholoog en hoogleraar, Steven Hayes, grondlegger van ACT)

De 6 ACT vaardigheden

Op korte termijn kan het controleren van moeilijke gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties je soms helpen (overlevingsmechanismen). Op lange termijn kan het controleren hiervan juist als belemmering worden ervaren. Tijdens een ACT- behandeling wordt er geïnventariseerd op welke manier de cliënt omgaat met zijn klachten. Ofwel, op welke manier probeert de cliënt zijn pijn te vermijden? Om dit gevecht te kunnen staken, krijgt de cliënt van de behandelaar geen alternatief aangeboden omdat hij dan volledig bewust kan worden van zijn eigen disfunctionele copingstijlen. We spreken in deze fase over Creatieve Hulpeloosheid. Cliënten starten vaak binnen deze fase voordat ze aan de slag kunnen gaan met acceptatie.

Acceptatie
Tijdens deze fase kan de cliënt via het beeldend medium zijn pijnbeleving leren verwelkomen. We doen dit niet door problemen op te lossen (deze kwijt te willen raken) maar door te kijken hoe de cliënt op een andere manier met de problemen kan leren omgaan. We spreken hierbij dan over alle moeilijke gedachten, gevoelens en omstandigheden waar de cliënt niet voor heeft gekozen. Alles wat hij niet kan controleren wordt dus in deze fase actief toegelaten en in beeld vormgegeven d.m.v. het gebruik van materiaal (bijv. klei, krijt, verf, potlood). Deze fase kan zorgen voor nieuwe inzichten en een meer functionele kijk op eigen psychische symptomen.

Defusie
De cliënt leert tijdens deze fase zijn moeilijke gedachten op een afstand te observeren. Dit wordt gedaan d.m.v. het uitvoeren van beeldende therapeutische werkvormen en andere ervaringsgerichte oefeningen. De taal kan namelijk allerlei negatieve emoties uitlokken en voor psychische problemen zorgen. Wanneer de cliënt zijn gedachten erg serieus neemt en hier ook naar gaat handelen ondanks het vervelende gevoel die hij erbij ervaart, dan spreken we niet over pijn maar over lijden. Het verschil hierbij is cruciaal. Kortom, wanneer klachten van de cliënt veroorzaakt worden door directe stimuli, dan spreken we over pijn. Worden de klachten veroorzaakt door de gedachten van de cliënt, dan spreken we over lijden. Door het toepassen van defusie- oefeningen gaat de cliënt wat meer afstand leren nemen van die moeilijke gedachten en leert de cliënt deze gedachten dus wat luchtiger te benaderen. ‘Je gedachten zijn niet de waarheid en jij bent niet je gedachten.’

Mindfulness
Het beeldend medium leent zich goed voor om contact te maken met het hier en nu. De cliënt leert contact te maken met zijn gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties. Ook de oordelen die je verstand produceert worden binnen deze fase actief toegelaten. Dit wordt tijdens beeldende therapie uitgevoerd d.m.v. het visualiseren van interne belevingen of door bewust zintuigelijk contact te maken met sensopatisch materiaal (externe beleving).

Het Zelf
Via het beeldend medium leer je een andere relatie met jezelf aangaan, door ervaringsgericht te werken. Wanneer de cliënt meer loskomt van zijn vaak rigide en negatieve gedachten, dan komt geregeld de vraag: wie ben ik dan? We zijn erg gewend om onze identiteit te definiëren aan onze gedachten: ‘Ik denk dus ik ben’. Het loslaten van het ego is voor velen vaak een spannend en tegelijk ook een bevrijdend proces. De cliënt gaat via het beeldend medium onderzoeken wie hij is, wat hij wil en wat zijn behoeften zijn, met zijn gedachten op de achtergrond, als bladeren die langsstromen in een kabbelend riviertje.

Waarden
Ook via het beeldend medium kan je met non-verbale werkvormen leren stilstaan bij waarden die voor jou echt belangrijk zijn. Mensen zitten vaak vol strenge verbale regels wat vaak leidt dat je niet doet wat je graag zou willen doen. Als alternatief voor regels worden daarom waarden geïntroduceerd. Hierbij leert de cliënt bewust stilstaan bij wat het verschil is tussen wat je moet (jouw programmering – regelgeleid gedrag) en wat je daadwerkelijk wil in je leven (van jezelf).

Toegewijd handelen
Het is belangrijk dat cliënten er bewust van zijn dat ze aan het vermijden zijn en wat ze precies aan het vermijden zijn. Cliënten maken vervolgens ook een bewuste keuze op lange termijn. Het niet meer vermijden betekent dat deze gepaard gaan met de angst en pijn die inherent is aan het leven. Wanneer de cliënt genoeg psychologische flexibiliteit heeft kunnen opbouwen, kan hij stilstaan bij een plan van aanpak om zijn dromen te kunnen verwezenlijken. Kortom, de reis ernaartoe gaat tijdens deze fase altijd gepaard met het bewust en flexibel omgaan van moeilijke gedachten, gevoelens en omstandigheden. ‘Pijn hoort bij het leven’.

Klik hier:
Terug naar boven.